Opstellen van een globaal interviewschema

[NB: De auteur van deze site gebruikt de term (globaal) interviewschema anders dan Emans.
Lees desgewenst hier de details nog eens na.]

We demonstreren het opstellen van een globaal interviewschema aan de hand van een concreet voorbeeld: een groep van vier HBO-studenten heeft een interview voorbereid met een fysiotherapeut die verbonden is aan een sportschool. Het onderwerp van het interview is 'dopinggebruik'.

Het spoorboekje voor deze pagina's

Hiermee wilden de studenten op pad gaan: de oorspronkelijke vragenlijst 
Het commentaar op detailniveau: de vragen langsgelopen 
Het commentaar op globaal niveau: globaal interviewschema 

Om nog wat terug te lezen uit de interviewtheorie, klik je hier:     terug naar interviewtheorie

Oorspronkelijke vragenlijst

De studenten hebben ter voorbereiding van het interview de volgende lijst met vragen opgesteld:

1) Kunt u vertellen wie u bent? 2) Wat is uw functie binnen deze sportschool? 3) Hoe staat deze sportschool tegenover dopinggebruik? 4) Bent u ervan overtuigd dat je zonder het gebruik van doping hetzelfde resultaat kunt bereiken? 5) Wat is uw mening t.a.v. dopinggebruik? Vindt u dat hierbij onderscheid gemaakt moet worden naar topsport en amateursport? 6) Bent u ooit met doping in aanraking gekomen in deze sportschool? 7) Als u een van de sporters in deze sportschool zou betrappen op dopinggebruik, wat zou dan uw reactie zijn? 8) Wat vindt u van het legaliseren van doping? 9) Denkt u dat legalisering van doping leidt tot minder dopinggebruik? 10) En als het gelegaliseerd wordt, zou u er dan over denken doping naar deze sportschool te halen? 11) Is het aan de sportschool om sporters voor te lichten over dopinggebruik, of juist aan de gezondheidszorg of misschien een andere instelling? 12) Is er een organisatie die toeziet op het gebruik van doping in sportscholen? Is er misschien een bepaald certificaat te behalen? 13) Kent u revalidatiemiddelen, die u gebruikt, en die ook of juist niet op de dopinglijst staan?

Vanuit interviewtheoretisch oogpunt is deze lijst met vragen beslist geen interviewschema te noemen, niet in de zin van de auteur van deze site, noch in de zin van Emans (leg uit waarom !). Los daarvan: wanneer we elke vraag afzonderlijk eens bekijken valt er ook al wel het een en ander te verbeteren. Kortom: werk aan de winkel, en wel in twee stappen:

Stap 1: "Vraag voor vraag": we lopen de lijst vraag voor vraag door en concentreren ons enkel en alleen op de formulering van elke vraag.
Stap 2: "Een globaal interviewschema": vervolgens gaan we ons bekommeren om het aanbrengen van structuur in dit interview m.a.w. het opstellen van een globaal interviewschema.  

De vragen stuk voor stuk eens langsgelopen
1) Kunt u vertellen wie u bent?

Ok

2) Wat is uw functie binnen deze sportschool?

Bij een functie hoort een takenpakket. Vraag hier naar.

3) Hoe staat deze sportschool tegenover dopinggebruik?

Onduidelijk:'...deze sportschool'. Vraag je naar een persoonlijke mening of naar het beleid van deze sportschool inzake doping?

4) Bent u ervan overtuigd dat je zonder het gebruik van doping hetzelfde resultaat kunt bereiken?

Reikt een cognitie aan (stelling: "Zonder doping bereik je hetzelfde resultaat"). Je zou hier bv. eerst kunnen vragen: "Wat is volgens u het effect van doping" en vervolgens door te vragen in de richting van de relatie tussen hoeveelheid doping en het daarmee bereikte resultaat.

5) Wat is uw mening t.a.v. dopinggebruik? Vindt u dat hierbij onderscheid gemaakt moet worden naar topsport en amateursport?

Ik veronderstel dat dit een vraag en een vervolgvraag is. Geïnterviewde zou eerst uitgebreid zijn mening t.a.v. doping kunnen geven (eerste vraag) om vervolgens door de indeling topsport / amateursport op het verkeerde been te worden gezet (tweede vraag). Beter is het om eerst te vragen naar 'doping + topsport', en dan naar 'doping + amateursport'.

6) Bent u ooit met doping in aanraking gekomen in deze sportschool?

Deze vraag zou aanleiding kunnen geven tot sociaal wenselijk antwoordgedrag ("Doping aan deze sportschool? Nou ja! Wat denkt u wel! Ongehoord!"). Wees hierop bedacht bij de antwoordevaluatie!

7) Als u een van de sporters in deze sportschool zou betrappen op dopinggebruik, wat zou dan uw reactie zijn?

Gaat ervan uit dat vraag 6) met 'Nee' is beantwoord. Verder een correcte vraagstelling.

8) Wat vindt u van het legaliseren van doping?

Ok.

9) Denkt u dat legalisering van doping leidt tot minder dopinggebruik?

Reikt een cognitie aan. Beter is het om te vragen: "Wat zou er volgens u gebeuren wanneer doping gelegaliseerd zou worden" en vervolgens - indien noodzakelijk geacht - door te vragen.

10) En als het gelegaliseerd wordt, zou u er dan over denken doping naar deze sportschool te halen?

!!?? Toe maar! Geïnterviewde krijgt meteen een actieve rol als dealer van - gelegaliseerde - drugs aangemeten! Kassa! De intentie van de vraag is misschien wel okay, maar kom liever via een aantal tussenvragen tot deze vraag. Je zou bv. eerst kunnen vragen naar de reactie van geïnterviewde als hij een bezoeker van de sportschool in de weer zou zien ziet met - gelegaliseerde - doping.

11) Is het aan de sportschool om sporters voor te lichten over dopinggebruik, of juist aan de gezondheidszorg of misschien een andere instelling?

Reikt voorbeeldantwoorden aan. Beter: "Licht deze sportschool voor over doping"? "Zo nee, waarom niet"? "Welke instanties zouden dat dan wel moeten doen"? "Zo ja,... (zie uitwerking hieronder)"

12) Is er een organisatie die toeziet op het gebruik van doping in sportscholen? Is er misschien een bepaald certificaat te behalen?

Een voorbeeld van elkaar uitsluitende antwoordmogelijkheden. Indien er geen organisatie is die toeziet op doping in sportscholen dan is er ook geen certificaat te behalen. Juiste vraagstelling: "Is er een organisatie die ..."? "Zo ja, is er dan een certificaat ..."

13) Kent u revalidatiemiddelen, die u gebruikt, en die ook of juist niet op de dopinglijst staan?

!!?? Sorry, maar dit snap ik niet. Wat bedoelt de vragensteller? De reactie van geïnterviewde zal dezelfde zijn...   

Opstellen van een globaal interviewschema

Het opstellen van een globaal interviewschema komt - als je de top-downbenadering kiest - steeds weer neer op het beantwoorden van de volgende twee vragen:
a) wat wens ik met dit specifieke interview te bereiken (=doelen)?
b) wat is de best daarbij passende opbouw (=logische structuur)?

In dit specifieke geval zou het antwoord op vraag a) kunnen luiden:

"Ik wil niet alleen de persoonlijke mening van de geïnterviewde inzake doping in kaart brengen maar ook het beleid van deze sportschool inzake doping. Wie zegt mij immers dat met het antwoord op de eerste vraag ook meteen het antwoord op de tweede vraag gegeven is?"

Vervolgens kun je op een kladje wat losse ideeën noteren over onderwerpen voor vragen of vraagvormen. Bijvoorbeeld:

"Ik moet niet vergeten het aspect 'informatie over doping' aan de orde te laten komen. Waar haalt geïnterviewde zijn informatie over doping bv. vandaan? En deelt hij deze informatie met de sportschoolbezoekers, kortom: worden zij actief geïnformeerd over doping?

En ook nog:

"Hmm. Na die Tour de Dopage is het misschien wel aardig om geïnterviewde te confronteren met een aantal in de media genoemde 'beheersmaatregelen'. Doping legaliseren? Nog strenger controleren? Nog strenger straffen? Laat hem maar reageren!".

Een en ander overdenkende en combinerende komen we tot de volgende voorzet voor een passende globale structuur voor het interview (=het antwoord op vraag b):

A. Inleidende vragen

- wat verstaat geïnterviewde onder doping?

- heeft geïnterviewde inhoudelijke kennis omtrent doping; indien gewenst nader te specificeren in kennis over:

- middelen
- doel van gebruik
- wijze van gebruik
- gevaren/risico's

- zo ja, waar heeft geïnterviewde deze kennis opgedaan?

B. Persoonlijke mening van geïnterviewde t.o.v. doping

- hoe staat geïnterviewde tegenover doping in de topsport?

- idem, maar dan voor de amateursport (N.B. *Niet* specifiek gerelateerd aan een sportschool)

- idem, maar dan voor sportscholen en fitnesscentra

C. Deze sportschool en doping

- wordt er volgens geïnterviewde doping gebruikt door bezoekers van *deze* sportschool?

Zo *nee* :
- hoe weet geïnterviewde dat?
- stel geïnterviewde zou een bezoeker betrappen op het gebruik van doping. Wat zou de reactie van geïnterviewde zijn? Zou geïnterviewde hierop ook actie ondernemen?

Zo *ja*:
- hoe weet geïnterviewde dat? (Vraag door!!! Aantal gevallen? Middelen die in het spel waren? Reactie van geïnterviewde? Actie(s) van geïnterviewde (if any)?

- wat is het beleid van deze sportschool inzake doping

Evt. te preciseren /aan te vullen: .... inzake het constateren van dopinggebruik N.B. Deze laatste twee vragen ter verificatie toch stellen als geïnterviewde het beleid zelf vorm geeft; geeft aan dat je nagedacht hebt over mogelijk verschil tussen 'de persoon' en 'de zaak'!

D. Informatieverstrekking

- geeft deze sportschool informatie aan haar bezoekers over doping?

Zo *ja*:
- wie voert deze taak uit?
- waar wordt de informatie van betrokken?
- is deze informatieverstrekking passief of actief (d.w.z. "don't ask us, we'll tell you anyway")

Zo *nee*:
- waarom niet?

E. Doping en de toekomst

Onderstaand volgen een aantal maatregelen die zijn voorgesteld inzake het omgaan met doping in de nabije toekomst. Wil geïnterviewde bij elk van deze maatregelen een reactie geven?
- legalisering van doping
- verplichte controle op het gebruik van doping bij alle duur- en krachtsporten
- controle op dopinggebruik door vliegende brigades (out-of-competition controles)
- (nog) strengere sancties op het gebruik van doping
- een verplichting voor instanties tot actieve informatieverstrekking over doping

F. Afsluiting van het interview

Samenvatting grote lijnen van het interview (de 'eyecatchers')

Een welgemeend dankwoord.